woensdag 16 mei 2012

*103* JEHÓSHUA haMASHIACH

De Naam van de Zoon van God kennen wij als 'Jezus Christus'.
Hij is onze Heer en Heiland. Hij heeft Zijn grote liefde voor ons getoond, door Zijn plaats in de Hemel te verlaten, en  'Heiland'  te worden voor de wereld. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem geloofd, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe' ( Johannes 3: 16).
Ook mijn zonden heeft hij op zich genomen, door gewillig  aan het kruis sterven. Het offer dat de Here Jezus bracht, geeft vergeving voor al mijn fouten; mijn ongehoorzaamheid;  mijn menselijkheid. 
De Zoon van God, die mens werd om onze diepste gevoelens en pijn te kennen, die leefde om te sterven, zodat wij het eeuwige leven zou kunnen ontvangen, na onze dood.
Bij zijn geboorte zei de Engel tegen Maria: "Gij zult hem de naam Jehóshua geven, want Hij is het die Zijn volk zal verlossen".( Math. 1: 21)
De naam 'Jehóshua' betekend: de HEERE is redding.  De eerste twee letters: 'Je' is afgeleid van de Naam van God: JHWH  en 'hoshua'  komt van het Hebreeuwse woord: 'hóshia' dat vertaald kan worden met:  bevrijden, verlossen of losmaken.  En dat is wat de Here Jezus voor ons is. Hij is onze Bevrijder, onze Verlosser en Hij heeft ons losgemaakt van de claim die satan op ons had.
Omdat het 'Nieuwe Testament' in het Grieks is geschreven,  komen wij de naam: Jehóshua niet tegen.
Wij kennen de Zoon van God onder de naam van 'Jezus', maar Maria kende Hem onder Zijn Hebreeuwse naam: 'Jehóshua'. ( uitspraak: je- hó- sjoe- á )
Hij is onze Verlosser. Verlossen gaat verder dan vergeving en verzoening.  Woorden die in de Bijbel  vaak door elkaar gebruikt worden. Bij vergeving en verzoening wordt de gestoorde relatie hersteld, maar bij verlossing wordt de oorzaak van de verstoring weggenomen.
We worden bevrijd van onze rebelse geest, bevrijd uit het krachtenveld van de tegenstander (de satan)  en los gemaakt van onze geestelijke gevangenschap. 
Misschien denk je dat je niet gevangen zit en niet zo veel zondigd, maar zondigen, volgens de Bijbelse betekenis' is geen kwestie van falen of tekort schieten.  Het is niet zo dat wij, die van goede wil zijn, helaas per ongeluk gestruikeld zijn, toevallig door het rode licht gereden hebben.
Nee,  de Bijbel zegt dat wij  verkocht zijn onder de zonde: 'het goede dat ik wil, dat doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik' ( Rom. 7: 15
Wij kunnen ons zelf niet ontrekken aan de satanische machten. Wij leven onder de heerschappij  van 'de god van dezer eeuw' (2 Kor. 4: 4).   De mens leeft in een natuurlijke rebellie tegen Gods gezag.
Maar Jehóshua  haMashiach ( Jezus de Christus),  Die onze zonde op Zich nam, heeft ons bevrijd uit de greep van de rebelse geest: de satan.
Zijn Geest van Heiligheid staat ons nu ter beschikking. Het paas-gebeuren ( Zijn opstanding uit de dood), is de basis van het Pinkster-gebeuren ( de uitstorting van Gods Geest over ons) en dat geeft ons de radicale vernieuwing voor ons 'mens zijn',  zodat de zonde niet langer als koning over ons zal heersen ( Rom. 6: 11-12).

zondag 13 mei 2012

*102* stand houden.

Een zegen ontvangen of geven,  is niet een gangbaar begrip in ons taal gebruik. Menigéén zal niet begrijpen wat je bedoeld met de opmerking dat je 'gezegend bent'.  "Met wat ?".   zal de vraag zijn. Met een goed huwelijk of een mooi lichaam ? Met een talent of gave?  Je kunt allerlei aardse zegeningen bedenken.
In de Bijbel echter komen we zegeningen of het gezegend zijn verschillende keren tegen. b.v. in Efz. 1: 3. waar staat:  'Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen, in het Over-Hemelse in Christus'.
Na dit vers volgen de 7  'geestelijke zegeningen',  die we in Christus ontvangen,  in het het Over-hemelse waar Christus zit ter 'rechter-hand Gods'.
Van deze zegeningen merken we niets in ons dagelijks leven op aarde. Zij zullen ook pas werkelijkheid worden als  wij daadwerkelijk onze plaats hebben ingenomen in Het Lichaam van Christus in de toekomende eeuw (aioon).
Er is echter 'iemand'  die deze geestelijke zegeningen aan ons wel opmerkt. En dat is Gods tegenstander : 'de satan', en hij  zal niet nalaten ons aan te vallen. Op zeker  4 manieren kunnen we dat van hem verwachten. 1- hij  is altijd bezig twijfel te zaaien in ons geloofs-leven. 2- hij laat ons Gods Woord verkeerd gebruiken en misbruiken, 3- hij zal verdeeldheid scheppen onder de gelovige en 4- hij speelt in op de behoeften (gevoelens) van de mens.
Daarom heeft God ons Zijn wapenrusting gegeven. Niet om aan te vallen maar om stand te houden. ( Efz. 6: 13- 19). Deze 'wapenrusting Gods'  heeft alles te maken met de '7 zegeningen' die we  kunnen lezen in Efz. 1: 3: 14.
* Vers 3: Hij zegent mij met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten ( = Over-hemelse)  in Christus Jezus.
Daarom doe ik al de 'wapenen Gods' aan,  om stand te houden tegen de methodes van de duivel en tegen de machten en krachten en boze geesten in de 'hemelse gewesten'. (Efz. 6: 10).
* Vers: 4: God  heeft mij uitverkoren vóór de nederwerping van de wereld,  in Christus.
Daarom stel ik mij op, mijn middel omgord met de Waarheid, zodat ik daarmee beschermd wordt. ( Efz. 6: 14)
* Vers 5: In liefde heeft Hij mij voorbestemd,  om in het  zoon-schap te worden aangenomen, door Jezus Christus.
Daarom bekleed ik mij met het pantser van de gerechtigheid om mij te beschermen, want God heeft mij rechtvaardig verklaard in Zijn Zoon. ( Efz. 6: 14)
* Vers 6: Ik ben begenadigd in de Geliefde, want Hij is onze vrede.
Daarom heb ik mijn voeten geschoeid met de bereidheid te wandelen met het 'Evangelie van de vrede'. ( Efz. 6: 15)
* Vers: 7: In Hem heb ik de verlossing door Zijn bloed en de vergeving van mijn overtredingen en fouten,  naar de rijkdom van Zijn genade.
Daarom handel ik boven al met het schild van het geloof, waarmee ik de brandende pijlen van de boze kan blussen, die mij doen twijfelen.
* Vers: 9: God heeft mij  Het Geheimenis van Zijn wil ( Zijn wens) bekend gemaakt, dat Hij in Christus heeft voorgenomen.
Daarom neem ik de helm des Heils aan, waarmee ik verzegeld en apart gezet ben. ( Efz. 6: 17)
* Vers: 11: In Christus ben ik het erfdeel geworden,  waartoe ik tevoren bestemd was.
Daarom verdedig ik mij met het zwaard van de Geest, dat zijn de woorden van God. ( Efz. 6: 17)
* Vers14: Ik ben verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die het onderpand is van mijn erfenis.
Daarom bid ik in de geest met aanhoudend bidden en smeken in elke gelegenheid door de dag heen.
     Het zijn 'deze zegeningen'  die de voorrechten vormen van ons 'Hemels-burgerschap'' .
Daarom moeten we vast houden  wat we ontvangen hebben, zodat het ons niet afgenomen kan worden wat ons erfdeel is geworden.





woensdag 2 mei 2012

*101* Groei.

Soms hoor je een overdenking of een uitlegging van de Bijbel,  die je graag zou willen onthouden, maar na een poosje weet je niet meer waar het over ging. Ben ik de enige die daar last van heeft, of herken jij dat ook ?  Misschien is 'vergetelheid' wel een ingebakken systeem in ons menselijk brein, want als we alles onthouden wat we zien of horen' zo door de dag heen' dan zouden we na een poosje zeker stapel gek worden.
Ook al kan ik niet meer in detail voor de geest halen waar het de vorige Bijbel-studie over ging, toch heeft het mij geholpen te groeien in mijn geloofs-leven.
Het is net zo als met het 'eten'. Ik weet niet meer wat ik vorige week gegeten heb, maar het is mijn lichaam wel ten goede gekomen. Tenminste als ik gezond heb gegeten. Heb ik mijn lichaam met junk-food gevoed dan was ik zeker ziek geworden. Vul ik mijn geest met slechte gedachten, dan zal ik steeds verder van God weg drijven.
Met elke studie of overdenking  zal ik daarom  groeien in geloof,  zodat God kan werken in mijn hart. Het is niet alleen een kwestie van weten en onthouden, maar even belangrijk is dat onze 'wandel in overeenstemming  met Gods Woord'  is.
Het moet niet alleen een zaak zijn  van ons verstandelijk kennen, maar ook een zaak van het hart. 'Opdat de God van onze Here Jezus Christus , de Vader der Heerlijkhied, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen'.
Wijsheid is meer dan verstandelijk kennen.  Het gaat om de groei naar het 'volwaardig mens-zijn'.
Er is inzicht nodig om 'rechte onderscheidingen' te maken bij het spreken, oordelen en handelen. Daar hebben we 'wijsheid van Boven' voor nodig,  is:  Grieks: epi-gnoosis.  Deze wijsheid van  Boven gaat via het hart naar het verstand en niet andersom. Het is Hemels-licht op de kennis die we reeds bezitten.
Door deze 'Boven-kennis' gaan we onze Roeping verstaan en tegelijk gaan we beseffen wat de Hoop (verwachting) is van die Roeping.  Al heel wat keren zijn de betekenis van 'Roeping en Hoop'  in de vorige blogs beschreven.
De sluier van ons verstand moet worden weggetrokken, zodat we in een vergezicht kunnen  zien op 'Christus alleen',  zodat we mogen bedenken 'de dingen die Boven zijn' ( Col. 3: 1-4).
In deze eeuw van kracht hebben we als mens vele ontdekkingen gedaan,  maar kan een atoomcentrale met al  zijn kracht een gestorvene doen herleven ?  Het valt in het niet bij wat God kan doen.
Hij brengt ons in 'de Hemelse-gewesten'; in het Boven-hemelse.
Velen komen daar nooit aan toe.  Iedere zondag staan ze stil bij het kruis van Christus, maar God zegt ons dat er meer is !  Ken je de Heer ook als de 'opgestane Heer' als 'de Verheerlijkte' ?   en ken je de geestelijke  zegeningen die daar mee verbonden zijn ?
We zullen moeten kiezen in het  geloof.  Net zo als Orpa en Ruth moesten keizen.
Orpa keerde terug naar 'het vertrouwde', en Ruth koos voor 'het nieuwe', "uw God is mijn God".
Het gaat om 'Hem recht te willen kennen', dat leidt tot  Efz 3: 16+17,   "opdat Hij u geven, naar de rijkdom Zijner Heerlijkheid, met kracht geterkt te worden door zijn Geest, in de inwendige mens".

woensdag 25 april 2012

*100* 100 !

Ja,  je leest het goed. dit is het honderdste blog.
Een bijzonder getal. 100 is een getal,  dat iets afsluit en een nieuw begin in zich heeft.
Voor mij echter, is het gewoon een getal in een reeks.
Vroeger had ik wel wat met het gatal 100. s'Avonds na het eten mocht ik vaak nog buiten spelen ( tot de lantarens  aan gingen) en dan speelden we vaak blikspuit. en als we geen blik hadden werd het: vertoppertje. Spannend om je te vertoppen en te zorgen dat je niet als eerste gezien werd.  Als je 'hem was', moest je tot 100 tellen voordat je kon zoeken. Ik vond het nooit leuk om 'hem te zijn',  dus als een razende telde ik dan tot 100. Binnen de kortste tijd riep ik dan: "100, wie niet weg is, is gezien.... ik kom ! !
Je zou kunnen denken dat 100 een mijlpaal is.  Maar voor mij heeft een mijlpaal een andere betekenis.
Mijn mijlpaal in het leven, was het moment dat ik besefde dat Gods alles overtreffende liefde ook voor mij was weggelegd. Dat God ook van mij houdt,  ondanks dat Hij weet wie ik ben, met al mijn fouten en misstappen die ik gedaan heb (en nog doe).  
In deze wereld wordt ik vuil en vies, daar kom ik niet onderuit. Deze wereld is onderhevig aan de macht van satan en zijn trawanten. We worden constant gebombardeerd met gedachten en daden die niet naar Gods wil zijn. We kunnen ons zelf niet redden.
Dat is de reden waarom God Zijn Zoon gegeven heeft, Die,  ook voor mij gestorven is en mijn zonde probleem heeft opgelost.
Ik ben een verloste zondaar in deze wereld, met een  Boven-hemelse belofte.
Daarom kan ik vol overgave dit lied zingen:
'Zo lief had God de Vader ons, dat Hij zijn eigen Zoon zond
tot heil van ons gebroken hart, omdat Hij ons zo kostbaar vond.
Hoe diep en schrijnend was Gods pijn, toen Hij zijn Zoon zo lijden zag;
toch is het 'Jezus' bloed dat ons weer dicht in Zijn nabijheid bracht.
O, zie de mens daar aan het kruis, met al mijn schuld beladen;
beschaamd hoor ik mijn eigen stem Hem loochenen en smaden.
Het was mijn zonde die Hij droeg, totdat Hij riep: "Het is volbracht !'
Zijn laatste adem bracht mij hoop, Zijn sterven werd mijn levenskracht.
Ik roem niet meer in eigen kracht, in gaven, in wat wijsheid is;
Ik roem alleen nog in de Heer, Zijn dood en Zijn verrijzenis.
Hoe zou ik delen in Zijn loon, de zege die Hij heeft behaald ?
Maar dit weet ik met heel mijn hart:  Zijn offer heeft mijn schuld betaald.'


woensdag 11 april 2012

*99* de Heilige Geest.

Drie keer vinden we uitspraken over 'de Heilige Geest' in de Efezebrief.  In Efz. 1: 14, 4: 30 en 5: 18, en elke keer laten deze verzen een ander aspect zien van Gods Geest.
 * In het eerste vers lezen we, dat we, toen we tot geloof kwamen, we 'in Christus verzegeld werden met de Heilige Geest der belofte'.  Dat is een waarheid die iedere gelovige zich mag toeëigenen. Het is geen kwestie van gevoel, ervaring of waar we iets voor moeten doen, maar het is een kwestie van geloof.  Door het geloof is het mijn deel geworden. Ik hoef er niet om te bidden, het kan niet meer of minder worden, nee, het is zo omdat God het zegt.
Iedere gelovige is uit genade, in Christus verzegeld met 'de Heilige Geest der belofte'. We zijn gekocht en bataald met de prijs van het dierbaar bloed van onze Heer Jezus Christus toen Hij aan het kruis stierf.  We mogen weten dat 'het zegel' op ons is. We kunnen dit bij ons zelf niet waarnemen en de ander kan het ook niet zien, maar.... het is voor de geestenwereld wel  zichtbaar.
Satan en de overheden en de machten waarmee we een geestelijke strijd hebben,  kunnen 'het zegel' wel zien. Ze weten dat we 'Gods eigendom' zijn en dat we behouden zijn over de dood heen.
Zij zullen de strijd beginnen om het geloof  van de gelovige zwak te laten worden,  zodat zij de 'Boven-hemelse Roeping', waarmee zij geroepen zijn,  niet zullen zien en daardoor niet zullen groeien in geloof.   Satan vindt het niet erg dat we kerkje spelen, als we die plaats in het Over-hemelse naast God maar niet zien. (de plaats die hij had als overdekkende cherub en waar hij uitgegooid was, toen hij hoogmoedig werd tegen God).
 * In Efz. 5: 18 krijgen we de opdracht ons te vervullen met (de) Geest. We zijn met de persoon van de Heilige Geest verzegeld aan de buitenkant, maar het is onze opdracht om ons te vullen met wat de Heilige Geest ons wil geven en dat is:  Geest !  Wordt vervuld met Nieuw Leven:   het 'Opstandingsleven' van Christus. Er staat niet dat we vervuld worden met de 'Persoon van de Heilige Geest',  maar wat de Heilige Geest geeft ( de kracht van de Geest).  Daar is veel verwarring over.
De verantwoordelijkheid ligt geheel bij ons:  Wordt vervuld !  Het is niet iets wat we aan de Heer moeten vragen, het hangt van ons zelf af.  Het komt niet van boven, het moet 'van binnenuit' komen. De Trooster is gegeven en gezonden. 'De Geest'  is uitgestort;  Nieuw Leven  is gegeven en de stromen van levend water, die moeten  niet van boven komen, maar vanuit ons binnneste naar buiten stromen.  Elke gelovige is een fontein, dat opspringt tot in het 'eeuwige leven'  en die zijn omgeving beïnvloed.
De verzegeling met de Heilige Geest is een éénmalige zaak en de vervulling met Geest is een voortdurende zaak, waar we dagelijks  mee bezig zijn.
 * In Efz. 4: 30 worden we opgeroepen om de Heilige Geest Gods niet te bedroeven, door Wie we verzegeld zijn, tot op de dag van onze verlossing,  uit het graf.
De Geest kunnen we bedroeven door onze levenswandel,  door bitterheid,  boosheid en onvergeeflijkheid tegen de ander, waardoor we niet Vol kunnen worden met de kracht van de Heilige Geest en Christus niet in ons kan werken,  zoals Hij zou willen doen.
Het kan tot grote schade zijn, voor je zelf en voor je omgeving,  als de 'Geest'  beroefd over je is. Wanneer we dingen in ons leven toelaten, die behoren bij de 'oude mens';  de 'oude schepping' en als we dat weigeren  los te laten. Dingen die niet in overeenstemming zijn, met onze 'positie' die we bezitten in Christus.
In Christus woont 'Gods volheid'  lichamelijk.  Christus woont door Gods Geest in ons. Hij maakt woning in 'de Gemeente'  en persoonlijk  in ons. Hij is de 'Nieuwe Mens' in ons en zó komen die stromen van Nieuw Leven  naar buiten.
Ik wil mijn hart ontsluiten voor die 'Geest' en  mijn huis  open zetten voor Hem.
'Opdat Hij u  geve, naar de rijkdom Zijner Heerlijkheid,  met kracht gesterkt te worden,  door Zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof, in uw harten woning make. Efz. 3: 16-17.

vrijdag 6 april 2012

*98* De legende van de drie bomen.

Op een bergtop stonden eens drie boompjes te dromen over wat zij wilden worden als ze groot waren.
Het eerste boompje keek omhoog naar de sterren die als diamanten flonkelden en zei "Ik wil met goud overtrokken en met edelstenen gevuld worden zodat ik de mooiste schatkist ter wereld word."
Het tweede boompje keed naar de rivier, die op weg was naar de zee en zei: "Ik wil een sterk zeilschip worden die machtige koningen vervoerd."
Het derde boompje keek naar beneden naar de lager gelegen vallei en zei: "Ik wil op deze bergtop blijven staan en wil groot worden zodat ik de hoogste boom ter wereld word."
Jaren gingen voorbij, tot op een dag houthakkers de berg beklommen en de  bomen omhakten.
"Nu zal er van mij een mooie schatkist gemaakt worden ", zei de eerste boom.
De tweede boom dacht: "Nu zal ik over grote wateren varen" en de derde boom voelde  dat de moed hem in de schoenen zonk, toen de houthakker in zijn richting keek. Met een zwaai van zijn glimmende bijl viel de derde boom.
De eerste boom was blij toen de houthakker hem naar een timmerbedrijf bracht. Maar de boom werd niet overtrokken met goud of gevuld met schatten. In plaats daarvan werd er van de boom een voederbak voor dieren gemaakt. 
De tweede boom glimlachte toen de houthakker hem meenam naar de scheepswerf, maar op die dag werden er geen grote zeilschepen gemaakt, maar eenvoudige vissers boten.
De derde boom stond perplex toen de houhakker hem in stevige balken hakte en hem achter liet bij een houthandel.
Vele, vele dagen en nachten gingen voorbij en de drie bomen vergaten bijna hun dromen.
Maar op zekere avond viel het gouden sterren licht over de eerste boom toen een jonge vrouw haar pasgeboren baby in de voederbad legde.  En plotseling wist de eerste boom  dat hij de grootste Schat ter wereld droeg.
Op zekere avond zaten een vermoeide reiziger en zijn vrienden opgepakt in de oude vissersboot. De reiziger viel in slaap,  toen de tweede boom rustig over het meer voer.  Plotseling stak er een verwoestende storm op. De kleine boom wist dat hij niet sterk genoeg was om zoveel passagiers veilig door storm heen te loodsen.  De vermoeide Man werd wakker, stond op en strekte zijn hand uit  en zei: "Vrede."  De storm ging liggen en de tweede boom wist dat hij de Koning van hemel en aarde vervoerde.
Op een vrijdagochtend, schrok de derde boom, toen haar balken werden weggerukt uit de vergeten houtstapel. Hij kromp ineen toen hij door een boze menigte heen werd gedragen, Hij huiverde toen soldaten de handen van een Man eraan spijkerden.  Hij was het vloek-hout geworden waar een onschuldige Man aan gekruisigd werd.
Maar op zondag morgen, toen de zon opkwam en de aarde van vreugde onder hem beefde, wist de derde boom dat Gods liefde alles veranderd had.
Iedere keer dat de mensen aan de derde boom dachten, zouden ze denken aan  Jezus Christus, de Zoon van God ,  Die de zonde der wereld weg neemt en eeuwig leven schenkt aan een ieder die in Hem geloofd   en... dat was beter dan  de grootste boom van de hele wereld te zijn.

dinsdag 3 april 2012

*97* Genade op genade.

Genade is de onverdiende gunst die God aan ons gegeven heeft,  toen wij gelovig werden. Door deze genade zijn wij behouden voor het 'Leven' over de dood heen. Genade is het werk van God ten behoeve van ons !
Kunnen wij daar zelf iets aan toevoegen ?  Nee, Genade sluit alle menselijke verdienste en inspanning buiten. Het is 'om niet' ons deel geworden.
Maar is het bij die geade gebleven ?  Is ons 'alleen maar'  genade gegeven,  zodat wij uit deze genade behouden zijn?  Nee, er is meer.  In Joh. 1: 16 staat: "Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade
De eerste genade ontvingen we toen we oog kregen voor het Lam Gods. Toen de Vader ons trok uit de duisternis en ons liet zien dat de Here Jezus voor  ons op het kruis van Golgotha stierf en daar onze zonden heeft weggedragen.  Door deze genade werden behouden en mochten wij ons een kind van God noemen. Maar kende ik  de Here Jezus toen ?  Herkende ik Hem in Zijn volheid ?  Nee, Net zoals een baby die geboren wordt en zijn eigen ouders nog moet leren kennen en moet wennen aan de klank van de stem van zijn vader en zijn moeder,  zo leert een kind van God,  als hij opgroeit in het geloof  ook steeds beter wie de Here Jezus voor hem is.
Eerst is de Here Jezus niet meer als een schaduw, die door middel van Bijbelverhalen als 'een schaduw'  in het leven van de gelovige komt.  Maar God wil Zich ten volle openbaren en dan komt dat moment, dat ons een 'tweede genade'  in ons leven wordt geschonken. "Opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods"( Efz. 3: 18)
En in Efz. 4: 13-14 staat: "totdat wij allen de eenheid des geloofs en der 'volle kennis' van de Zoon Gods bereikt hebben, de manlijke rijpheid, de maat van de wasdom der 'volheid van Christus'."
Toen ik pas tot geloof kwam had ik nog lang niet 'de volle kennis van de Zoon' bereikt. Daarom  is ons nog een genade verleent, namelijk:  dat we de Here Jezus niet alleen als schaduw  kennen, maar dat wij de Here 'waarachtig', 'ten volle' hebben leren kennen.
De ware genade is door Jezus Christus gekomen, en de Here stelt ons instaat dat we de volle kennis van de Zoon Gods zullen bereiken, dat we de Verborgenheid van Christus zullen leren kennen en dat we ten diepste weten wie wij zijn:  een 'Verborgen Lichaam' dat niet openbaar is in de wereld,  maar straks openbaar zal worden, als een 'demonstratie' van Gods genade en van Zijn liefde en trouw.
Ken je deze 'genade op genade' ?  Is die Verborgenheid van Christus je geopenbaard ?  Dan heb je oog gekregen voor 'Hét Lichaam van Christus', de 'Nieuwe Mens', dan ben je ook in staat om te gaan wandelen vanuit die 'Nieuwe Mens'.
God is rijk, overweldigend rijk aan genade. Onverdienste genade is ons bewezen. Het is een enorme genade als je tot het 'Lichaam van Christus' mag behoren. Als je oog hebt gekregen in je leven voor die 'Verborgenhied van Christus' en...... daar hoef je niets voor  te doen,  alleen maar door het geloof, je er voor open te stellen, want het is een blijft louter genade.
God roept en Hij wil ons 'genade op genade' geven, het kost je niets, anders is het geen gift;  geen genade meer  (Rom. 11: 6).  God  wil er niets voor terug hebben. Er zijn gelovigen die denken dat ze God toch iets moeten terug betalen. "k Wil U, o God, mijn dank betalen !"  Wij hebben niets te betalen. Zodra we gaan betalen, is het eigenlijk geen gift meer, maar een belediging aan Gods adres.
Als ik Gods genade ontdek, de Verborgenheid zie, mij uitstrek naar Zijn Boven-Hemelse Roeping, weet dat ik behoor tot het Hemels-Burgerschap en Zijn genade hiervoor ontvangen heb, dan mag ik God daar wel voor danken, maar ik hoef niets te betalen. Dus geen genade op afbetaling. Het is een gift.   Door genade zijn wij behouden, en Hij heeft ons mede-opgewekt en ons mede een plaats gegeven in  het 'Over (boven) Hemelse' in Christus Jezus, om in de komende eeuwen  (aionen) de overweldigende rijkdom van Zijn genade te tonen. (aan de overheden en de machten in het Over-Hemelse). ( Efz. 2: 5-7)
Er komt een tijd dat heel de schepping het zal zien.  Hij wil aan de gehele schepping,  'Zijn genade' laten zien en dat Hij mensen,  die aan de verlorenheid waren onderworpen,  in Zijn grote liefde heeft opgezocht, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft en dat Hij niet alleen deze mensen heeft verlost,  maar ze ook opheft in het Over-Hemelse  en één gemaakt heeft met Zijn verheerlijkt Zoon.
Dat is Zijn Plan met ons, de voorbereiding op een geweldige toekomst !